Bell Song Lakme Natalie Dessay Metropolitan

Mady Mesplé als Lakmé 1970 zong te Gent 1955

Een opera comique in drie akten van Leo Delibes.

Libretto van Edmond Gondinet en Philipe Gille naar het werk van Pierre Loti 's " Le mariage de Loti " 

Inleiding.

Leo Delibes wordt heden misschien niet meer tot de groten der Franse operageschiedenis gerekend, maar was toch tientallen jaren lang een vaste waarde en had zijn plaats in het internationale opera- en balletrepertoire. Leo Delibes werd bekend met zijn opera " Lakmé " maar het meest met zijn balletmuziek " Sylvia " en " Coppélia " die heden nog tot de geliefde  klassieke repertoire stukken behoren. Ook zijn opera " Le roi l'a dit " wordt nog af en toe eens opgevoerd, maar de rest van zijn toneelwerk behoort tot het vergeten repertoire, hij schreef in het totaal zes opera's en nog enkele operettes die geen al te groot succes kenden. Zijn loopbaan bracht hem als organist naar Parijs, hij werd er koordirigent aan de grote opera, tenslotte werd hij benoemd tot professor aan het conservatorium en werd hij lid van de " Académie de la Musique ". Hij had nog veel aanzien tijdens zijn leven en overleed te Parijs in 1891 amper 6 jaar na de première van zijn mooiste werk " Lakmé "

Rolverdeling .                       Stem.                   Erste Cast.

Nilikantha, priester ------------------------------bas-bariton ---------------------Cobalet

Lakmé, zijn dochter -------------------------coloratuur-sopraan----------------- Marie van Zandt

Gérald, Brits officier --------------------------------tenor -----------------------Alexandre Talazac

Féderic, Brits officier -----------------------------bariton ------------------------------------Barré

Ellen, verloofde van Gérald-----------------------sopraan ------------------------------------Rémy

Rose, vriendin van Ellen--------------------------sopraan----------------------------Molé- Truffier  

Miss Bentson ---------------------------------mezzo-sopraan -------------------------------Pierron

Hadji, slaaf --------------------------------------------tenor ----------------------------Chennevière 

Mallika, bediende van Lakmé -------------mezzo-sopraan -------------------------Elisa Frandin

Plaats: India midden van de negentiende eeuw.

Akt. 1

Een weelderige bloementuin bij een tempel in India. De brahmaan Nilikantha mag van de Britten zijn functie als priester niet uitoefenen, maar desondanks komen getrouwen bij hem bidden. Hij is er echter van overtuigd dat Brahma hem zal wreken als hij de stem van zijn dochter hoort, die een aria zingt ( " Blanche Dourga "). Hij moet naar een bijeenkomst in de stad in de stad en laat zijn dochter achter onder de hoede van de twee bedienden Mallika en Hadji. Lakmé gaat in de rivier baden met Mallika en zij zingen samen een duet ( " Dôme épais de jasmin " ). Lakmé doet voor zij met Mallika in de boot stapt haar juwelen af en legt die op een bank. Die worden gevonden door een gezelschap Engelsen : twee meisjes Ellen en Rose met hun galante Britse officieren Gérald en Féderic, en de chaperonne Miss Bentson. De officieren waarschuwen de dames dat hier een gevaarlijke brahmaan woont en dat de meeste van de fraaie bloemen giftig zijn. Ze vertellen hun dat de brahmaan een dochter heeft die hier eveneens woont, en in een kwintet geven de dames daar hun commentaar op. Zij willen dat Gérald een schets maakt van die sieraden, waardoor deze achterblijft, terwijl de anderen verder gaan. Terwijl hij bezig is de juwelen te tekenen vraagt Gérald zich af hoe de eigenaars er zouden uitzien., aria: ( " Fantassie aux devins mesonges " ). Hij ziet Lakmé en Mallika terug komen en verbergt zich. Lakmé stuurt Mallika naar binnen en vraagt zich af waarom ze zich plotseling en tegelijk zo bedroefd en toch gelukkig voelt, aria: ( " Pourquoi dans les grands bois ") . Plotseling wordt zij Gérald gewaar, en zij roept om hulp. Als Hadji en Mallika toesnellen zegt zij echter dat ze zich vergist heeft en dat er niets aan de hand is. Dan spreekt zij de vreemdeling aan en zegt hem dat één enkel woord van haar zijn dood zou betekenen. Ze stuurt hem weg , met de raad alles te vergeten wat hij gezien heeft.

Maar Gérald maakt haar hartstochtelijk het hof, op een wijze die, naar hij zegt, geen hindou het ooit zou durven doen, duet: ( " C'est le dieu de la jeunesse ") . Hun liefdesduet wordt echter onderbroken door de terugkomst van Nilikantha die nog net een glimp van de vluchtende Gérald opmerkt, en wraak zweert voor de ontheiliging van zijn tempel.

Akt. 2

Een marktplein in de nabij gelegen stad, waar een grote bedrijvigheid heerst. Miss Bentson die belaagd wordt door zakkenrollers, wordt uit haar benarde positie verlost door Fédèric. Na een ballet komt Nilikantha op vermomd als een bedelaar, met Lakmé aan zijn zijde. Hij wil hier de Engelsman vinden die zijn tempel ontwijd heeft. Aria: ( " Lakmé ton doux regard se voile " ). Intussen is ook Gérald, met zijn verloofde Ellen gekomen en Féderic deelt hem mede dat hun regiment de volgende dag vertrekt om tegen een opstandige stam op te rukken.

Nilikantha's idee om de vreemdeling te identificeren is zijn dochter op de markt te laten zingen. Ongetwijfeld zal dit hem dichter bij de vreemdeling brengen . Hij dwingt Lakmé dus een ballade te zingen de klokjesaria ( " ou va la jeune Indou ") het verhaal over de paria-dochter die in het woud een vreemdeling het leven redde door met haar klokjes de wilde dieren die hem belaagden te verdrijven . De vreemdeling bleek Vishiou, de zoon van een Brahma te zijn, die haar als dank mee naar de hemel nam. De ballade blijft echter zonder resultaat Nilikantha laat Lakmé verder zingen, en nu pas laat Gérald blijken dat hij haar herkend heeft. " Lakmé " bezwijmt onder de emoties, en Féderic weet Gérald mee te trekken. Nilikantha heeft hem nu echter terdege geobserveerd, en neemt zich voor hem te doden, tijdens de processie die later op de avond zal doorgaan. Hij laat zijn  dochter onder de hoede van Hadji achter, die haar tracht te troosten. Hadji belooft Lakmé, haar bij alles te zullen helpen. Gérald komt terug en wederom volgt een uitvoerig liefdesduet: ( " Ah, c'est l'amour endormi "). Lakmé bekent nu ook haar liefde en zegt dat zij verborgen in het woud een hut van bamboe heeft waar zij elkaar kunnen ontmoeten. aria: ( " Dans la forêt près de nous ") . De processie komt nu nader, met interesse gadegeslagen door Engelse toeristen en officieren. Féderic zegt Gérald dat hij blij is dat ze de volgende morgen  zullen moeten opbreken. Die affaire met het hindoumeisje is  niet naar zijn  zin.  Als de processie bijna voorbij is, wordt Gérald door Nilikantha's volgelingen omsingeld, en door Nilikantha zelf neergestoken. Lakmé snelt op hem toe en nadat zij gezien heeft dat hij slechts gewond is , laat zij hem door de trouwe Haji naar de bamboehut brengen.

Akt. 3

De bewuste hut in het woud. Gérald ligt te slapen, en Lakmé zingt een wiegenliedje voor hem ( berceuze: " Sous le ciel tout étoilè " ).Gérald wordt wakker en begint zich te herinneren wat er gebeurd is. Hij is Lakmé dankbaar voor wat zij heeft gedaan , aria: ( " Ah viens, dans la forèt profonde "). Gezang achter de schermen doet haar opmerken dat dit minnaars zijn die het heilig water komen halen dat eeuwige liefde zal schenken aan wie er van drinkt. Zij gaat heen om een beker te halen. Nauwelijks is zij weg of Fréderic komt te voorschijn, die Géralds schuilplaat ontdekt heeft. Hij herinnert hem er aan dat het regiment die dag zal opbreken, maar Gérald is betoverd door Lakmé, en wil hier blijven. Zelfs de naam van Ellen , zijn verloofde, doet hem niets meer. Zijn soldaten eer is wel iets anders. Als Fréderic erover begint en hem nogmaals herinnert dat hij binnen een uur bij zijn regiment moet terug zijn, belooft Gérald te zullen komen. Inderdaad hoort men in de verte de klanken van een mars. Als Lakmé met haar heilig water terugkomt, merkt ze direct dat de stemming veranderd is. Ondanks Géralds verzekering van het tegendeel weet zij dat haar liefdesaffaire reeds ten einde is. Ongezien plukt zij een blad van de Catera en bijt hierop. Samen met Gérald drinkt zij van het heilige water, duet: ( " Tu m'as donné le plus doux réve ") Zij zweren elkaar eeuwige trouw en nauwelijks is dit gebeurd, of zij zegt hem dat ze weet dat hij die eed zal houden, omdat zij stervende is. Nilikantha heeft nu ook hun schuilplaats ontdekt, maar Lakmé kan hem nog juist met haar laatste krachten zeggen dat Gérald heilig is, omdat hij van de heilige bron gedronken heeft. Zij sterft en wordt naar Nilikantha 's woord tot het eeuwige leven verheven.  

Historische achtergronden en merkwaardige opvoeringen.

Delibes had feitelijk twee carrières. In het eerste deel componeerde hij zijn  beroemde balletten zoals " Coppelia " , " Sylvia " en " La source ". In het tweede deel wendde hij zich tot de opera, beginnende met de opera comique " Le roi l'a dit ( 1873), gevolgd door " Jean Nivelle " (1880) en " Lakmé " ( 1883) zijn beroemdste werk in dit genre. Een onafgewerkte opera " Kassya " werd afgewerkt door Massenet en voor het eerst opgevoerd in 1893 twee jaar na zijn overlijden.

De première van " Lakmé " had plaats in Parijs aan de Opera Comique op 14 april 1883, met Marie Van Zandt ( een Amerikaanse sopraan met Nederlandse roots), met Talazac en Cobalet in de hoofdrollen. Van Zandt creëerde de opera ook in Londen  in 1891 en aan de Metropolitan in New York. Het werk heeft doorlopend op het repertoire gestaan van de Opera Comique. Het werk bleef populair zowel in Londen als in New York waar het steeds weer werd opgevoerd met coloratuursopranen van grote klasse. Onder de beroemdste vertolkers van de titelrol vinden we Galli-Curci, Barrientos, Paseto, Lily Pons, zij zou ook de eerste volledige opname op plaat verwezenlijken, Tetrazzini, Yvonne Brethier enz.....

Opvoeringen in de lage landen.

Ook aan de Nederlandse opera onder De Groot en Van Der Linden had het werk bijval en kwam het regelmatig op het repertoire met Cato Engelen-Sering in de titelrol. De laatste tachtig jaar is Lakmé echter nog zelden op het podium gebracht.

In België des te meer opgevoerd zowel in Brussel, Luik, als te Gent en Antwerpen met Guila Bardi, Mady Mesplé, Françoise Garner, Lucy Tilly en Nathalie Dessay onder de bekendste vertolkers van Lakmé. Tilly is een van de bekendste vertolksters van de klokjesaria die door menige coloratuursopraan op CD wordt gezet. Te Gent vinden we een eerste opvoering reeds in 1889 met Lise Landouzy als Lakmé en Duzas als Gérald, Séguin als Nillikantha. Dit was echter een gastgezelschap. De eerste opvoering met hun eigen gezelschap had plaats in 1890 met Pelosseals Lakmé, Séran als Gérald en Darmand als Nilikantha. Ook in 1902 met Clément als Gérald, in 1904 met Campagnola als Gérald en in 1906 met de Beglische sopraan Julienne Marchal. In 1920 werd reeds de honderdste voorstelling gevierd met Lucy Berthrand als Lakmé, Burdino als  Gérald en Gustave Dutoit als Nilikantha, ook Vina Bovy heeft Lakmé gezongen  in 1933. Na de bevrijding vinden we nog beroemde Lakmé's zoals Lucy Tilly (1946) Dina Norman ( 1957) Christiane Gruselle (1964, Wilma Driessen (1965) Mady Mesplé (1966) Françoise Garner ( 1971/72) en Deborah Cook (1979).

Historische opnames en Cinegrafie.  

Ondanks het succes in de eerste helft van de twintigste eeuw wordt deze opera de laatste decenia niet vaak meer opgevoerd en vinden we dan ook weinig volledige opnamen, amper 6 en ook op Youtube is er weinig goed luister en kijk materiaal te vinden.

1) Een eerste die we als historisch kunnen beschouwen is er een van 1940 met Lily Pons als Lakmé, Armand Tokatyan als Gérald en Ezio Pinza als Nilikantha een opvoering aan de Metropolitan van New York onder de leiding van Wilfrid Pelletier op een Golden Age : live uitvoering nummer onbekend de eerste publikatie op 78toeren plaaten en later op LP's niet gevonden of er een CD uitvoering bestaat.

2) Een tweedde heel mooi is van 1970 met Mady Mesplé als Lakmé, Charles Burles als Gérald en Roger Soyer als Nilikantha met het orkest du Theatre National de l'Opera comique onder Alain Lombard, op Black disc. Emi C165-10975/77 (3 Lp's)

3) Een derde met een topcast van 1998 met Natalie Dessay als Lakmé, Gregory Kunde als Gérald en José Van Dam als Nilikantha koor en orkest du Capitole de Toulouse onder Michel Plasson op EMI classics 56999+09484825. (dubbel CD) + CDR met libretto.

4) Eén opname op DVD van 2012 met Emma Matthews als Lakmé, Aldo di Toro als Gérald en Stephen Bennett als Nilikantha, aan de Opera en  Ballet van Australië onder Ammanuel Joel-Hornak. op Blu-ray: OPOZ56020DVD .      

This article is about the opera. For the Indian cosmetics manufacturer, see Lakme cosmetics.

Lakmé is an opera in three acts by Léo Delibes to a French libretto by Edmond Gondinet and Philippe Gille.

The score, written in 1881-2, was first performed on 14 April 1883 by the Opéra-Comique at the (second) Salle Favart in Paris, with stage decorations designed by Auguste-Alfred Rubé and Philippe Chaperon (Act I), Eugène Louis Carpezat and (Joseph-)Antoine Lavastre (Act II), and Jean-Baptiste Lavastre (Act III). Set in British India in the mid-19th century, Lakmé is based on Théodore Pavie's story "Les babouches du Brahamane" and novel Le Mariage de Loti by Pierre Loti.[1]

The opera includes the popular Flower Duet (Sous le dôme épais) for sopranos performed in Act 1 by Lakmé, the daughter of a Brahmin priest, and her servant Mallika.[2] The name Lakmé is the French rendition of Sanskrit Lakshmi, the name of the Hindu Goddess of Wealth. The opera's most famous aria is the Bell Song (L'Air des clochettes) in Act 2.

Like other French operas of the period, Lakmé captures the ambience of the Orient seen through Western eyes, which was periodically in vogue during the latter part of the 19th century and in line with other operatic works such as Bizet's The Pearl Fishers and Massenet's Le roi de Lahore.[3] The subject of the opera was suggested by Gondinet as a vehicle for the American soprano Marie van Zandt.[2]

The Indian fashion brand Lakmé, established in 1952 by the Tata Group and now owned by Hindustan Unilever, is named after this opera.

Performance history[edit]

Following its premiere at the Opéra Comique in 1883, Lakmé reached its 500th performance there on 23 June 1909 and 1,000th on 13 May 1931. A series of performances took place at the Théâtre Gaîté Lyrique Paris in 1908, with Alice Verlet, David Devriès and Félix Vieuille.[4]

Roles[edit]

RoleVoice typePremiere cast,[4]
14 April 1883
(Conductor: Jules Danbé)
Lakmé, a priestess, daughter of Nilakanthacoloratura sopranoMarie van Zandt
Gérald, a British army officertenorJean-Alexandre Talazac
Nilakantha, a Brahmin priestbassCobalet
Frédéric, officer friend of GéraldbaritoneBarré
Mallika, slave of Lakmémezzo-sopranoElisa Frandin
Hadji, slave of NilakanthatenorChennevière
Miss Ellen, fiancée of GéraldsopranoRémy
Miss Rose, companion of EllensopranoMolé-Truffier
Mistress Bentson, a governessmezzo-sopranoPierron
Fortune teller (Un Domben)tenorTeste
A Chinese merchanttenorDavoust
Le KouravarbaritoneBernard
Chorus: Officers, ladies, merchants, Brahmins, musicians

Synopsis[edit]

Place: India
Time: Late nineteenth century during the British Raj. Many Hindus have been forced by the British to practise their religion in secret.

Act 1[edit]

The Hindus go to perform their rites in a sacred Brahmin temple under the high priest, Nilakantha. Nilakantha's daughter Lakmé (which derives from the Sanskrit Lakshmi) and her servant Mallika are left behind and go down to the river to gather flowers where they sing the "Flower Duet". As they approach the water at the river bank, Lakmé removes her jewelry and places it on a bench. A party of British officers, Frederic and Gérald, arrive nearby while on a picnic with two British girls and their governess. The British girls see the jewelry and request sketches; Gérald volunteers to stay and make sketches of the jewelry. He sees Lakmé and Mallika returning and hides. Mallika leaves Lakmé for a while; while alone Lakmé sees Gérald and, frightened by the foreigner's incursion, cries out for help. However, simultaneously, she is intrigued and so she sends away those who had responded to her call for help when they come to her rescue. Lakmé and Gérald begin to fall in love with each other. Nilakantha returns and learns of the British officer's trespassing and vows revenge on him for his affront to Lakmé's honor.

Act 2[edit]

At a bazaar, Nilakantha forces Lakmé to sing (the Bell Song) in order to lure the trespasser into identifying himself. When Gérald steps forward, Lakmé faints, thus giving him away. Nilakantha stabs Gérald, wounding him. Lakmé takes Gérald to a secret hideout in the forest, where she nurses him back to health.

Act 3[edit]

While Lakmé fetches sacred water that will confirm the vows of the lovers, Fréderic, a fellow British officer, appears before Gérald and reminds him of his duty to his regiment. After Lakmé returns, she senses the change in Gérald and realises that she has lost him. She dies with honour, rather than live with dishonor, killing herself by eating the poisonous datura leaf.

Music[edit]

In conventional form and pleasant style, but given over to the fashion for exoticism, the delicate orchestration and melodic richness earned Delibes a success with audiences.[5] The passionate elements of the opera are given warm and expressive music, while the score in general is marked by subtle harmonic colours and deft orchestration. Oriental colour is used in prayers, incantations, dances and the scene in the market.[3]

The Act 2 aria "Où va la jeune Hindoue?" (the 'Bell Song') has long been a favourite recital piece for coloraturasopranos. (Recordings of it in Italian, as "Dov'e l'indiana bruna?", also exist.)

In recent years, the Flower Duet in Act 1 has become familiar more widely because of its use in advertisements, in particular a British Airways commercial,[2] as well as in films.[6] The aria sung by Lakme and Mallika was adapted for the theme "Aria on air" for the British Airways "face" advertisements of the 1980s by music composers Yanni and Malcolm McLaren.[7]

Musical numbers[edit]

Act 1[edit]

  • No. 1 Introduction: "À l'heure accoutumée (At the usual time)" (Nilakantha)
  • Prière: "Blanche Dourga (White Durga)" (Lakmé, Nilakantha)
  • No. 1 Bis – Scène: "Lakmé, c'est toi qui nous protège! (Lakmé, it is you who protect us!)" (Nilakantha, Lakmé)
  • No. 2 – Duetto (The Flower Duet): "Viens, Mallika, les lianes en fleurs ... Dôme épais, le jasmin (Come Mallika, the lianas in bloom ... The jasmine forms a dense dome)" (Lakmé, Mallika)
  • Scène: "Miss Rose, Miss Ellen" (Gérald)
  • No. 3 – Quintette & couplets: "Quand une femme est si jolie (When a woman is so pretty)" (Gérald)
  • Récitatif: "Nous commettons un sacrilège (We are committing sacrilege)" (Gérald)
  • No. 4 – Air: "Prendre le dessin d'un bijou (Make a drawing of a jewel)" (Gérald)
  • No. 4 Bis – Scène: "Non! Je ne veux pas toucher (No! I do not want to touch)" (Gérald, Lakmé)
  • No. 5 – Récitatif & Strophes: "Les fleurs me paraissent plus belles (The flowers appear more beautiful to me)" (Lakmé)
  • No. 5 Bis – Récitatif: "Ah! Mallika! Mallika!" (Lakmé)
  • No. 6 – Duo: "D'où viens-tu? Que veux-tu? (Where are you from? What do you want?)" (Lakmé, Gérald)
  • No. 6 Bis – Scène: "Viens! Là! Là! (Come! There! There!)" (Nilakantha, Lakmé)

Act 2[edit]

  • Entr'acte
  • No. 7 – Choeur & Scène du marche: "Allons, avant que midi sonne (Come before noon sounds)"
  • No. 7 Bis – Récitatif: "Enfin! Nous aurons du silence! (Finally! We will have silence!)"
  • No. 8 – Airs de danse: Introduction
  • No. 8 – Airs de danse: Terana
  • No. 8 – Airs de danse: Rektah
  • No. 8 – Airs de danse: Persian
  • No. 8 – Airs de danse: Coda avec Choeurs
  • No. 8 – Airs de danse: Sortie
  • Récitatif: "Voyez donc ce vieillard (So see that old man)"
  • No. 9 – Scène & Stances: "Ah! Ce vieillard encore! (Ah! That old man again!)" (Nilankantha, Lakmé)
  • No. 9 Bis – Récitatif: "Ah! C'est de ta douleur (Ah! It's your pain)" (Lakmé, Nilankantha)
  • No. 10 – Scène & Légende de la fille du Paria (Air des Clochettes/The Bell Song):
    "Ah!... Par les dieux inspires... Où va la jeune Hindoue (Ah... Inspired by the gods... Where is the Hindu girl going)" (Lakmé, Nilankantha)
  • No. 11 – Scène: "La rage me dévore (Rage consumes me)" (Nilankantha, Lakmé)
  • No. 12 – Scène & Choeur: "Au milieu des chants d'allegresse (Amid chants of cheerfulness)" (Nilankantha, Lakmé)
  • No. 12 Bis – Récitatif: "Le maître ne pense qu'à sa vengeance (The master thinks only of his revenge)"
  • No. 13 – Duo: "Lakmé! Lakmé! C'est toi! (Lakmé! Lakmé! It's you!)" (Lakmé, Gérald)
  • No. 14 – Finale: "O Dourga, toi qui renais (O Durga, you who are reborn)" (Gérald)

Act 3[edit]

  • Entr'acte
  • No. 15 – Berceuse: "Sous le ciel tout étoilé (Beneath the star-filled sky)" (Lakmé)
  • No. 15 Bis – Récitatif: "Quel vague souvenir alourdit ma pensée? (What vague memory weighs down my thought?)" (Gérald, Lakmé)
  • No. 16 – Cantilène: "Lakmé! Lakmé! Ah! Viens dans la forêt profonde (Lakmé! Lakmé! Ah! Come into the deep forest)" (Gérald)
  • No. 17 – Scène & Choeur: "Là, je pourrai t'entendre (There I will be able to hear you)" (Lakmé, Gérald)
  • No. 18 – Scène: "Vivant! (Alive!)" (Gérald)
  • No. 19 – Duo: "Ils allaient deux à deux (They went two by two)" (Lakmé, Gérald)
  • No. 20 – Finale: "C'est lui! C'est lui! (It's him! It's him!)" (Nilankantha, Lakmé, Gérald)

Recordings[edit]

  • 1940: Lily Pons (Lakmé), Armand Tokatyan (Gérald), Ezio Pinza (Nilakantha), Ira Petina (Mallika), New York Metropolitan Opera Chorus and Orchestra, Wilfrid Pelletier (conductor) (The Golden Age; live)
  • 1952: Mado Robin (Lakmé), Libero de Luca (Gérald), Jacques Jansen (Frédéric), Jean Borthayre (Nilakantha), Agnés Disney (Mallika), Chœurs et Orchestre du Théâtre National de l'Opéra-Comique, Georges Sébastian (conductor) (Decca)
  • 1967: Joan Sutherland (Lakmé), Alain Vanzo (Gérald), Gabriel Bacquier (Nilakantha), Jane Berbié (Mallika), Chœurs et Orchestre National de l'Opéra de Monte Carlo, Richard Bonynge (conductor) (Decca)
  • 1970: Mady Mesplé (Lakmé), Charles Burles (Gérald), Roger Soyer (Nilakantha), Danielle Millet (Mallika), Chœurs et Orchestre du Théâtre National de l'Opéra-Comique, Alain Lombard (conductor) (EMI)
  • 1998: Natalie Dessay (Lakmé), Gregory Kunde (Gérald), José van Dam (Nilakantha), Delphine Haidan (Mallika), Chœur et Orchestre du Capitole de Toulouse, Michel Plasson (conductor) (EMI)
  • 2012: Emma Matthews (Lakmé), Aldo di Toro (Gérald), Stephen Bennett (Nilakantha), Opera Australia Chorus and Australian Opera and Ballet Orchestra, Emmanuel Joel-Hornak (conductor) (Opera Australia OPOZ56021BD (Blu-ray), OPOZ56020DVD (DVD), OPOZ56022CD)

References[edit]

Notes

External links[edit]

Original poster for Lakmé
  1. ^Charles P. D. Cronin and Betje Black Klier (1996), "Théodore Pavie's "Les babouches du Brahmane" and the Story of Delibes's Lakmé", Opera Quarterly 12 (4): 19–33.
  2. ^ abc"Lakmé by Leo Delibes" on npr.org Retrieved 15 January 2011
  3. ^ abMacDonald H., "Lakmé", The New Grove Dictionary of Opera, London and New York: Macmillan: 1997.
  4. ^ abWolff S. Un demi-siècle d'Opéra-Comique. André Bonne, Paris, 1953.
  5. ^Lacombe H., The Keys to French Opera in the Nineteenth Century, Los Angeles: University of California Press, 2001.
  6. ^For example, The Hunger"'Horror! – Monsters, Witches & Vampires (Soundtrack)'". Silva America. 
  7. ^"British Airways - Face". SplendAd. Archived from the original on 26 March 2015. Retrieved 26 March 2015. 

0 thoughts on “Bell Song Lakme Natalie Dessay Metropolitan”

    -->

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *